“Mijn leven is sinds de stoma eigenlijk niets veranderd”

Wat doe je als je een stoma krijgt? Gert Polman (69) besloot spontaan zijn medische hulpmiddel een naam te geven: Piet. Het hielp hem enorm in zijn verwerkingsproces.

“Drie jaar geleden ging ik naar de huisarts. Er heerste een buikgriepepidemie en ik had al wekenlang last van diarree. Ik vertrouwde het niet helemaal. Ook zag mijn ontlasting er gek uit. Er zat slijm in, dat hoorde niet. De huisarts nam mijn verhaal serieus en verwees me direct door naar het ziekenhuis voor een kijkonderzoek. Het bleek inderdaad foute boel: ik had endeldarmkanker. Meteen moest ik de medische molen in.”

Kanker zo snel mogelijk weg

“Na allerlei onderzoeken en scans vertelde de arts dat er één geluk was. De kanker was niet uitgezaaid en zat niet diep gevestigd in mijn endeldarm. Het kon tijdens een operatie redelijk gemakkelijk worden weggesneden. Alleen betekende dat wél dat ik daarna een stoma kreeg. Het alternatief was me zes maanden lang laten bestralen in combinatie met chemobehandelingen. Maar de zekerheid dat het daarmee klaar zou zijn, was er niet. Ik wist meteen dat ik direct voor de operatie moest gaan. Ik wilde die kanker uit mijn lichaam hebben. Zo snel mogelijk.”

Na de operatie: doorpakken en niet achteromkijken

“Toen ik na de operatie wakker werd, voelde ik me suf maar óók heel sterk. Het was gelukt. Toen een van de verpleegkundigen vroeg hoe het met mij en met de stoma ging, flapte ik eruit: ‘Prima hoor, en met Piet is ook alles goed.’ ‘Met Piet?’ vroeg ze verbaasd. ‘Ja, Piet,’ zei ik, terwijl ik naar mijn stoma knikte. Zonder dat ik er erg in had, had ik mijn stoma een naam gegeven. En daarmee had ik hem ook meteen geaccepteerd. Niet dat ik het niet moeilijk vond dat ik een stoma had, maar op een of andere manier was ik direct heel nuchter. Ik wilde doorpakken en niet achteromkijken. Mijn leven wilde ik er niet door laten beperken.”

 

Het makkelijker maken door stoma een naam te geven

“Sindsdien noem ik mijn stoma altijd Piet. Als ik mezelf moet verschonen, dan zeg ik bijvoorbeeld tegen mijn vrouw Betty: ‘Ik moet even naar Piet toe’. Zo maak ik het voor mezelf makkelijker. Het klinkt veel minder heftig of ernstig. Iedereen in mijn omgeving weet ook van Piet af. Mijn kinderen, kleinkinderen, vrienden en collega’s. Niemand vindt het gek en we praten er op deze manier heel makkelijk over. Ook worden er regelmatig grapjes over gemaakt. Als mijn stoma bijvoorbeeld een windje laat, zeggen ze: ‘O, daar heb je Piet weer hoor’.”

Ondanks stoma nauwelijks belemmeringen

“Mijn leven is sinds de stoma eigenlijk niets veranderd. Natuurlijk moet ik wel iets opletten af en toe. Zo heb ik overal een verschoningssetje liggen. In de auto, de boot en zelfs op de motor. Ook moet ik wat opletten met bukken en zwaar tillen. Maar dat zijn eigenlijk de enige belemmeringen. Buiten de deur eten is nu ook anders. Standaard driekwartier nadat ik gegeten heb, begint de boel namelijk te lopen. Maar dat hindert me niet om te gaan. Daarvoor vind ik uit eten gaan veel te leuk én lekker. Ik kan wel zeggen dat mijn leven voor 99,9 procent hetzelfde is gebleven als voor de operatie. Iets wat ik van tevoren niet had durven hopen.”

“Mijn leven is voor 99,9 procent hetzelfde als vóór de operatie. Dat had ik van tevoren niet durven hopen”

Schaam je niet voor je stoma

“Mijn advies aan anderen met een stoma? Geef hem een naam. Dan kun je er vrijer over praten en is de schaamte niet zo groot. Alhoewel een stoma natuurlijk sowieso niet iets is waarover je je moet schamen. Ik ben in elk geval dolblij met Piet. Ik kan nog steeds alles doen waarvan ik houd en probeer volop te genieten. Zo word ik ontzettend blij als het mooi weer is en ik de boot op ga. Niets fijner als het water op te gaan en samen met Betty eropuit te trekken. Je kunt me niet gelukkiger maken.”